19 December 2012

Karo dalam Tulisan J.Sibinga Mulder (1936)





Jurnal Tropis Belanda untuk penyebaran pengetahuan Timur Belanda dan Hindia Barat, Volume 9, Nomor 15, 16 November 1936 – Ke Danau Toba

Oleh J. Sibinga Mulder


In het hartje van Sumatra ligt, eloor steile bergwandelen omgeven, het majestueuze Tobameer, sedert onheuglijke tijden heilig voor de bevolking, die er in wijlen kring omheen woont. Het werd tot voor een goede so jaren door haar als ~Bongbong" beschouwd, dat is ontoegankelijk voor vreemdelingen. De bewoners, met den algemeenen naam Bataks aangeduid, zijn naar het gebied, dat zij bewonen, genoemd, maar we kunnen hen in het algemeen in twee groote groepen verdeden, nl. ele Tobabalakj en de Karobalakó. De laatsten bewonen de hoogvlakte, die het Tobameer ten Noorelen en ten Oosten begrenst en de Toba's het Westen en Zuielwesten. Maar welk een groote oppervlakte de gezamenlijke Tobalanden beslaan, blijkt wel het beste uit ele begrenzingen.


Ten Noorden Atjeh (Gajoe- en Alaslanden), ten Oosten de rand van de hoogvlakte van Sumatra's Oostkust, ten Westen en ten Zuiden dito van Sumatra's Westkust (resel. Tapanoelie en Siboga). Met de zee hebben de Bataklanden geen verbinding. Het centrale punt is toch het heilige Tobameer. Het ligt op een hoogte van 906 M. boven het zeeniveau en beslaat een oppervlakte van niet mineier dan a 3 vierk. geografische mijl en de totale lengte bedraagt ruim 90 KM. Hooge bergen omringen het, waarboven statige toppen uitsteken, zooals de Manoek-Manoek in het Oosten 2377 M. hoog; de Oeloe Darat in het Westen 2172 M. Het geheel vormt een sterk vulkanisch gebied en we kunnen op verscheidene plaatsen langs de oevers vulkanische werking, waarnemen.

Het centrum van de Bataklanden hebben we in het meer te zoeken, n.l. het schiereiland Samoéir, dat als het ware de kern vormt van dat groote gebied en niet enkel geografisch, maar ook ethnogralisch. Daar worelt het meer als het ware in twee helften gescheiden. Van het Noordelijke deel, het breede meer geheeten, is de grootste lengte ongeveer gelijk aan de grootste breedte. De zuidelijke helft is zeer lang gerekt in de richting Oost-West en heet voor verschillende deelen naar de landschappen aan haar oevers. Beiele eleelen staan aan de Oostzijde eloor een lange, smalle geul met elkaar in verbinding, maar aan de Westzijde, waar het meer een nog smallere geul vertoont, is de verbinding verbroken door een strook land van ongeveer 200 M. breeelte, aan den voet van den vulkaan lioejoeb-Boekit v 2005 M.), gelegen in het lantlschap Tandjoenq-Boenqa. Die landengte heet feitelijk Si Oqoenq-Oqoenq, behoorende tot het landschap Pangoeroeran. Er is nu een kanaal door gegraven, maar ook door de smalle geul aan de Oostzijele van het meer kunnen de prauwen zoneier moeite beide deelen bereiken. Men heeft wel eens gemeend, dat het meer een oude krater zovele zijn, dus van geweldige afmetingen, maar nadere onderzoekingen hebben dat niet bevestigd. De diepte gaat tot 450 M. We varen nu al jaren, zelfs met een geriefelijk ingericht motorboeitje, over het geheele meer en zijn er betrekkelijk veilig voeir ele bewoners van zijn oevers, maar niet voor ele nukken van dezen grooten plas. Valwinden, die plotseling opkomen, maken ele vaart dikwijls gevaarlijk, wanneer het water in heftige beroering komt. Zijn de weersomstaneligheden ongunstig, elan doet men verstanelig beter weer af te wachten en zich niet op het meer te wagen. Maar ele veiligheid langs zijn oevers is nog maar van betrekkelijk korten duur. Het duurde tot i 853, voor dat de eerste ~blanda" het meer aanschouwde.

Het was Dr. Neubronner van der Tuuk, die van Baros uit de reis maakte en via Hoeta Paoeng, Polloeng en Parsinggorang, naar de vallei van Bakara kwam. Hij logeerde er elrie dagen bij elen Singa Mangaradja, het voornaamste hoofd der Bataks OmpoeSalahoeron en bereikte, over Dedok Sanggoel en Si-Manoelang, heelhuids Baros weer. Maar gedurende de volgende 20 jaren zag geen Europeaan het weer. Toen kwamen de zendelingen Johansen, Heine en Mohri. Zij kwamen van Silindoeng en brachten het tot Paranginan, maar moesten overhaast ele vlucht nemen om veilig weer Silindoeng te bereiken.

In 1868 had de ceintroleur Cats baron de  Raet het Noordelijk deel van het meer van Sumatra's Oeistkust uit bereikt. Langzaam, heel langzaam volgden anderen en toen enkele deelen van de Tobalanden onder gouvernementsbestuur kwamen, werd ook in het centrum de veiligheid grooter en werd ten slotte het geheele Batakland verkend. Stap voor stap werd ten slotte het geheele Batakgebied onder geregeld bestuur gebracht en ele Zending, ergevestigel door het Rijnsche Zenelinggenootschap, vooral eerst onder den zendeling Mommensen, heeft er samen met het Bestuur betere toestanden geschapen op staatkundig, zoowel als op zedelijk gebied. Niet enkel dat ele Bataks een groot gevoel voor onafhankelijkheid haelden, ze bevochten elkaar ook telkens, de eene stam tegen den anderen om allerlei redenen en meer dan eens kwamen de Hollandsche bajonetten tusschen beide, om aan die een einei te maken; op verscheidene plaatsen moesten militaire posten worden gevestigd. Vv r el hebben Hindoe-Javaansche kolonisten in den ouden tijd hun invloed op het Bataksche volkskarakter doen gelden en ook de Islam had hun leven en denken beïnvloed, maar heidenen waren ze gebleven, met ruwe zeelen en gewoonten, totelat de Zeneling er vat kreeg en een belangrijk deel van de Bataks bracht tot het Christelijk geloof. Waar nog betrekkelijk maar zeer kort gelcelen de stammen elkaar bevochten, zien we nu hier en daar een kerkje tusschen het leimmer, of komen we een zendeling tegen, die op zijn Batakpaarelje gezeten, zijn gemeenteleden bezoekt, of hier of daar gaat preeken.

Veel elooelen eischten die gevechten, vaak om grondkwesties of een niet betaalden bruidschat aangegaan, gelukkig niet, althans niet in het open veld, want de partij, die ook maar één doode kreeg, trok terstond af. Als er krijgsgevangenen werden gemaakt, werden elezen als slaven gehouden of ... . opgepeuzeld. Dat kannibalisme was zelfs voor bepaalde misdrijven voorgeschreven. Zij, die zich schuldig maakten aan overspel, vooral met vrouwen van hoofden, of zich schuldig maakten aan bloedschande, landverraad, dan wel spionnage, werelen volgens den adat opgegeten. De Karo Bataks, dus ten Noordoosten van het meer, vormden elaarop eene uitzondering, maar nu alle Bataklanden onder ons bestuur zijn gebracht, is het kannibalisme uitgeroeid. Arabische reizigers uit de  eerste helft der 10e eeuw vertellen ons reeds, dat ele Bataks kannibalen waren. Met het kannibalisme zijn nog heel wat andere barbaarsche gebruiken opgeruimd.

Het geloof der Bataks werel voor een goed deel beheerscht door booze geesten, meestal geesten van afgestorvenen. Ze werden in beelwang gehouelen, bezworen, door ele wichelaars, tevens medicijnmannen. Dezen moesten hun hulp verleenen bij het offeren voor de geesten, raad geven bij oorlog of feesten, om den juisten dag te bepalen. Deze almachtige, ~Datoe" genaamd, gebruikte daartoe verschillende toovermiddelen en eiok daarbij waren gruwelijke praktijken in de  mode. Die zgn. ~poepoek" werd bereid uit sommige bestanddeelen van lichaamseleelen van een mensch, hetzij in den oorlog gesneuveld of daartoe opzettelijk vermoord; maar meestal trachtte men een ouelerloozen  je>ngen te vermoorden. Dan werden eenige eleelen uit het hoofel fijn gestampt en met andere zaken tot een brij gemengd en na de noodige hocus-pocus werd deze in potten bewaarel. Ze bevatte de ziel van den overledene. Men bracht daarvan iets in een beeld, dat dan „Pangoeloebalang" heet en den bezitter voor onheil behoedt, ja zelfs in den strijd als zijn voorvechter optreedt. Bekend waren vooral ele tooverstokken, waarin wat van die brij werd gedaan en die bij alle mogelijke gelegenheden werden gebruikt voor bezweringen enz. enz. Er bestaan er nog enkele, maar hoofdzakelijk in de musea en daar hebben ze evenals die, welke wellicht nog bij sommige Bataksche hoofden als poesaka worden bewaard, hun toovermacht verloren. Deze legde het af tegen de combinatie: Beschaving en gezag! (Wordt vervolgd)

Foto Sibinga .llnldcr Kaban Djahé. Familiehuis van het larashoofd.
Folo Sibinga Mulder. Brastagi, het ontspanningsoord voor Dcli op de Karo-hoogvlakte.
Vrouwen der Karo-Bataks, Boven-Deli, met hare oorspiralen, aan haar dagelijksch werk, het rijststampen. Noord-Sumatra

1 comment:

  1. Min terjemahin dong..bujur!

    ReplyDelete